
De extreme werking van sommige soorten slangengif heeft een positieve kant. Het feit dat de bestanddelen ervan zo sterk zijn, en dat deze stoffen ook in het menselijk lichaam werken, maakt slangengiffen een goudmijn voor de farmaceutische industrie. Slangengif bestaat uit een mengsel van allerlei stoffen, waaronder eiwitten, enzymen en peptiden. Deze stoffen komen van nature bij alle gewervelde dieren voor en worden daar aangemaakt in de organen waar ze hun specifieke taak vervullen.
Een jonge Nederlandse onderzoeker schudt aan de stamboom van de schubreptielen. Veel meer soorten blijken giftig dan voorheen werd aangenomen – en dat opent perspectieven voor de jacht op nieuwe geneesmiddelen.
Na zijn eerste ontmoeting met een slang was Freek Vonk direct verkocht. Enthousiast vertelt hij: “Ik zag de kracht van het dier, die starre blik met ogen die niet kunnen knipperen, de tong die continue flikkert.” Op 14-jarige leeftijd was hij na een potje voetbal met een vriend mee naar huis gegaan. In een glazen bak lag daar een grote tijgerpython en Vonk mocht het dier aanraken. “Ik wist gewoon niet wat ik zag,” herinnert hij zich. Bij thuiskomst deelde hij zijn ouders mee dat hij ook zo’n huisdier wilde, wat een zeer besliste reactie van zijn moeder opleverde: “Slang erin, ik eruit.”
Nu, tien jaar later, is Freek Vonks passie voor slangen nog niet bekoeld. Integendeel. Na de aanvankelijke weigering van zijn moeder kwamen de slangen er toch. Eerst één, toen een paar, na een halfjaar bezat hij er vijftig en uiteindelijk werden het er honderden. Hij ging werken als verzorger bij reptielenzoo Serpo in Delft en besloot biologie te gaan studeren om alles over zijn favoriete dieren te weten te komen. Sindsdien werkt Vonk als gifslangenonderzoeker in het Van der Klaauw Laboratorium van de Universiteit Leiden.
“Slangen vind ik de mooiste diergroep die er is, en als wetenschapper vind ik het ook de meest fascinerende,” zegt hij. Slangen hebben zich in de loop van de evolutie weten aan te passen aan de meest uiteenlopende leefgebieden; ze leven in bomen, moerassen, woestijnen en de zee. In deze verschillende habitats ontwikkelden de dieren ook verschillende strategieën om hun prooi te overmeesteren, door worging of door een giftige beet.
Bezoek voor meer informatie de volgende websites:
Slangengif.nl
De website van onderzoeker Freek Vonk
Reptielenzoo Serpo
Dierentuin met reptielen in Delft
Leids innovatief onderzoek
Universiteit Leiden over het Smart Mix-onderzoek











