
Op een nazomerdag in 1961 kreeg bioloog Sherman Bleakney een telefoontje dat vissers bij hem in de buurt in Halifax, Nova Scotia (Canada) een vreemd zeedier aan land hadden gebracht. Bleakney kon zijn ogen niet geloven toen hij een enorme zwarte schildpad op de kade zag liggen.
Het vierhonderd kilo zware beest had een zacht, rubberachtig schild, vleugelvormige voorzwempoten en een enorme, kegelvormige kop. Een lederschildpad, stelde Bleakney vast, de grootste aller schildpadden. Een tropisch dier, wist hij – dus wat had zo’n lederschildpad hier te zoeken?
Navraag bij vissers leerde dat er langs de Canadese Atlantische kust geregeld lederschildpadden opdoken. De conclusie was onontkoombaar, zo schreef Bleakney in 1964: “Er is duidelijk sprake van een jaarlijkse invasie van schildpadden van tropische herkomst in onze koude Atlantische kustwateren.” De afgelopen jaren is dat beeld echter radicaal veranderd. Steeds vaker wordt alarm geslagen over het aantal op het strand nestelende lederschildpadden. De westelijke stranden van Mexico en Centraal-Amerika telden ooit tien-, honderdduizenden schildpadden, nu niet meer dan enkele honderden.
National Geographic-fotograaf Brian Skerry vertelt in een interview over zijn ervaringen met lederschildpadden.











