Vleesetende planten


Planten die dieren verslinden, het lijkt de wereld op haar kop. Carolus Linnaeus, de grote achttiende-eeuwse Zweedse natuurvorser die de basis legde voor de moderne classificatie van het leven op aarde wilde er niets van weten. Dat de venusvliegenvanger insecten eet, stond volgens hem haaks op ‘de natuur zoals God die heeft bedoeld’.

Hij dacht dat de planten hoogstens per ongeluk een insect vingen en hun bladeren openvouwden om het onfortuinlijke beestje te laten gaan zodra het ophield met spartelen. Charles Darwin wist wel beter. Hij was gebiologeerd door het ongeruimde gedrag van vleesetende planten. Nadat hij in 1860 voor het eerst een vleesetende plant had gezien, schreef hij: “De zonnedauw interesseert me meer dan de oorsprong van alle soorten ter wereld.”

Maandenlang voerde hij allerlei experimenten uit met de planten. Het zou niet in het belang van de plant zijn om in actie te komen bij een regenbui, redeneerde hij. Het gedrag van de plant is dan ook niet te verklaren door toeval, maar door aanpassing, of adaptatie. Lees de volledige reportage over vleesetende planten in het maartnummer van National Geographic Magazine.

Reageer