Mens

mens1

1. Laat in een persoonlijk portret de details van je onderwerp zien. Dat kan door van heel dichtbij te fotograferen of in te zoomen, en het gezicht beeldvullend vast te leggen.

2.De eerste en laatste uren met daglicht geven het onderwerp een zachte en warme gloed.

3. Gebruik je flitser niet te pas en te onpas. Bestaand licht geeft de sfeer realistischer weer en levert doorgaans een interessantere foto op.

4. Durf te experimenteren. Digitale camera’s hebben als voordeel dat je snel en goedkoop kunt fotograferen. Probeer verschillende instellingen (sluitertijd, diafragma) en kies eens ‘gekke’ composities.

5. Let op de achtergrond. Die mag niet alle aandacht opeisen of afleiden. Wees alert op onvoorziene elementen, zoals een lamp, die uit het hoofd van het model lijkt te groeien.

6. Als je studioflitslicht gebruikt, kun je het licht controleren door een zaklamp op het onderwerp te richten vanuit dezelfde positie als het flitslicht.

7. Anticipeer op de gezichtsuitdrukking van degene die je op de foto zet. Bijvoorbeeld het gezicht van een kind wanneer hij of zij een verjaardagscadeau uitpakt.

8. Bij individuele of groepsportretten kan automatisch filmtransport goed van pas komen. Vlak voordat je de ontspanknop indrukt, verstijven mensen vaak een beetje. Vlak daarna ontspannen ze zich meestal weer. Met automatisch filmtransport maak je onmiddellijk een volgende foto van een meer ontspannen model.

Bekijk National Geographic-beelden in de categorie ‘Mens’.

knop_terug